Steven Raes
HomeAgaporniden/LovebirdsParakeets/Parrots/ForpusSiereenden/DucksLandschildpadden/TortoisesTT - ExhibtionFoto's/Pictures
Verenigingen
Interessante links
Eigen publicaties

1. Maandblad Aviornis oktober 2011 : Witwangboomeenden. Met vallen en opstaan.
2. Maandblad Aviornis augustus 2011 : Chileense smienten. Niet altijd op waarde geschat.
3. Maandblad BVA april 2010 : Taranta's.

1. Maandblad aviornis oktober 2011 : 

Witwangboomeenden. Met vallen en opstaan.


Hobbykweker - Witwangboomeend - Steven Raes

Reeds jaren ben ik verwoed liefhebber van siereenden. Ooit gestart met met enkele mandarijnen en een koppel roodschouders werd de collectie langzaam uitgebreid met enkele andere eendensoorten. Een van de soorten die op het verlanglijstje stonden waren de witwangboomeenden, omwille van hun mooie kleuren, fiere houding en nieuwsgierige aard.

Na enkele weken zoeken kon ik bij een liefhebber één koppel aanschaffen van 3 jaar, dus kweekrijp. Daar werden nog twee jonge vogels aan toegevoegd, zodat ik over een kleine kweekgroep beschikte. De dieren werden gehuisvest samen met de andere eenden, en dit zonder onderlinge problemen. De witwangen durven wel wat bazig zijn, maar zijn niet agressief tov de andere eenden.
Toen de lente eraan kwam werden de witwangen wat zenuwachtiger, en werd de vijver hun exclusief speelterrein waar overvloedig gebalst en gepaard werd. Ondertussen verdween één van de oudste vogels regelmatig in de haag tussen de klimop, vermoedelijk op zoek naar een geschikte nestplaats. In nestkasten echter hadden ze geen enkele interesse. Na een tweetal weken vond ik de eerste eieren in een mooi kommetje tussen de klimop. Aangezien dit allemaal vrij vlot leek te gaan, liet ik ze rustig begaan en enkele dagen later was dit nestje uitgebreid tot een tiental eieren. Toen ik echter enkele dagen later nogmaals ging controleren waren de eieren allemaal verdwenen, enkel nog enkele resten van eierschelpen met opgedroogde eierdooiers eraan herinnerden me aan het legsel. Ik veronderstel dat eksters of kraaien of andere ongedierte deze lekkere hapjes niet konden laten liggen en weg was de hoop op nakweek.
Een drietal weken later waren de witwangen terug volop aan het baltsen en daarom kreeg ik hoop dat ze nog aan een tweede ronde zouden beginnen, wat inderdaad het geval was. De witwangen verdwenen nu regelmatig in het tuinhuisje dat op dat ogenblik nog in het eendenperk stond en dat twee kippen huisvestte. Als nestplaats werd nu één van de legbakken van de kippen gekozen. Met de ervaring van de vorige keer nog in het achterhoofd had ik me enkele kalkeieren aangeschaft en telkens er een ei gelegd werd, verving ik dit door een kalkei om te vermijden dat ook nu het nest zou vernield worden door ongedierte.
Aangezien ik echter een enorme voorstander van natuurbroed ben, was ik van plan de eieren terug onder te leggen van zodra de eenden vast begonnen te broeden. Omdat de eenden echter niet in de beslotenheid van een nestkast aan het broeden waren, voelde ik me toch niet echt gerust in de goede afloop, vandaar dat ik slechts de helft van de eieren teruglegde en de andere helft naar de broedkast verhuisde.
Naderhand bleek dit een goede beslissing want ook nu werd het nest dat door de eenden werd bebroed vernield.
Van de vijf eieren die ik in de broedkast had gelegd, kwamen uiteindelijk 3 jongen uit.

Jonge boomeenden zijn in het begin heel koudegevoelig en daarom werden ze samen met enkele jonge mandarijneenden in een overdekte volière gehuisvest met een warmtelamp als vervanging voor de moederwarmte.
In vergelijking met de mandarijneenden zijn de jonge boomeendjes vrij “slungelachtig” en groeien ze slechts zeer langzaam op. Als voedsel geef ik ze versele laga korrels wat ze zeer goed opnemen. Na een viertal weken echter beginnen ze hun groei-achterstand wat in te halen, maar algemeen zijn de witwangboomeenden toch pas na een 12-tal weken op grootte, terwijl dit bij mandarijnen en roodschouders reeds na een 10-tal weken is.
Op die manier was ik er dan toch in geslaagd dat eerste jaar enkele jonge witwangboom- eenden groot te brengen. Aangezien mijn witwangboomeenden echter nooit kozen voor een nestkast, maar steeds gingen nestelen tussen de vegetatie is het me nooit gelukt om natuurbroed jongen te verkrijgen. Ik heb alle eieren telkens moeten wegnemen vooraleer ze opgevreten werden door eksters of ratten, een probleem dat ik nooit gekend heb bij de holenbroeders zoals roodschouders, marmertalingen of manenganzen.
Maar ondanks dit blijft de witwangboomeend een van de mooiste siereenden, niet moeilijk om te houden en relatief tam. Ze hebben echter één nadeel, ze worden niet voor niets fluiteenden genoemd….


2. Maandblad Aviornis augustus 2011 :

Chileense smienten. Niet altijd op waarde geschat
.

Aangezien mijn eenden op een vrij groot grasperk lopen, ging ik op zoek naar enkele eendensoorten die ook graasden. Op het internet stootte ik op de smienten die bekend staan om het grazen en van de drie soorten (Europese, Amerikaanse en Chileense), vond ik de Chileense de mooiste van de drie.
Deze eenden blijven gans het jaar door in prachtkleed en in de zomer heeft de man een prachtig groene kop met blauwachtige schijn wanneer de zon erop schijnt. Ze komen soms een beetje plomp over met hun waggelende gang, maar schijn bedriegt, ze kunnen immers zeer hard lopen.
Mijn smienten verblijven in een perk met mandarijneenden, roodschouders, marmer en versicolortalingen, witwang- en eyton-boomeenden. Dit gaat zeer goed samen, enkel tijdens het broedseizoen durft de smientenman nogal eens hard uithalen naar mandarijneenden en dan vooral naar de vrouwtjes toe.

Chileense smient - www.hobbykweker.be

Bij mij maakten de smienten de eerste keer aanstalten om te broeden als ze twee jaar waren. Reeds vroeg in het voorjaar (eind maart) kozen ze uit de verschillende types nestkasten een betonnen huisje uit met een klein trapje. Dit huisje staat volledig verscholen in de haag tussen de klimop, zodat de smienten bijna onzichtbaar hun nestbak kunnen bereiken. Ondertussen wordt deze zelfde nestbaak jaar na jaar opnieuw gebruikt.

Als nestmateriaal gebruik ik al vele jaren houtschilfers met zeer goede resultaten. Tegen dat alle eieren gelegd zijn en de smienten starten met broeden, wordt er heel wat zwart dons geplukt dat verweven met een aantal houtschilfers een efficiënt isolatiedekentje wordt wanneer het vrouwtje de nestkast verlaat. Tijdens de leg wijkt het mannetje niet van de zijde van het vrouwtje dat hij steeds volgt al schuddend met zijn kop waarbij hij steeds een soort rollend fluitgeluid maakt. Eenmaal het vrouwtje vast begint te broeden neemt hij plaats op ongeveer een meter van de nestbak, waarbij hij alle eenden die in de buurt komen onmiddellijk verjaagt, zowel de kleinere roodschouders als de grote cuba-boomeenden. Van zodra ze echter uit de buurt zijn, neemt hij weer rustig zijn bewakersplaats in en laat de andere eenden voor de rest met rust.

Tegen dat de eieren moeten uitkomen plaats ik een afrastering van 4 panelen van 2m lang x 1m hoog rond de nestkast zodat ik niet voor verrassingen kom te staan en de jongen moet gaan vangen in de tuin. Van zodra de jongen en de moeder de nestkast verlaten plaats ik ook de man bij hen omdat ik ondertussen al weet dat hij er zeer goed voor zorgt. Samen zijn de ouders ook beter in staat om de kleine jongen te beschermen tegen eksters en kraaien en ook tegen de soms slechte weersomstandigheden in het voorjaar. In de 6 jaar dat ik ondertussen al met Chileense smienten kweek ben ik nog nooit een jong verloren aan predatoren, hiervoor zijn de oudervogels te waakzaam.

Na ongeveer 5 weken, wanneer de jongen zo goed als volledig in de pluimen zitten laat ik de ouders terug in het grote perk en zelfs dan nog blijven ze steeds in de buurt van de jongen. Ik heb zelfs al meermaals meegemaakt dat wanneer ik de jongen na een tiental weken uitvang om te verkopen, de moeder van helemaal achteraan de tuin komt afgelopen en in mijn benen probeert te pikken om haar jongen alsnog te beschermen.
Het is juist dit soort gedrag dat ik enorm waardeer bij de smienten en dat hen voor mij tot zeer geliefde watervogels maakt, zelfs al je jongen hebt van dezelfde leeftijd van andere eenden dan kan je deze ook makkelijk bij de smienten laten, ze dragen er evengoed zorg voor als voor hun eigen jongen.

Uit ervaring weet ik dat velen nogal keerkijken op de Chileense smienten en ze niet altijd heel populair zijn, maar het is volgens mij een eend die in iedere watervogelcollectie past en zeker ook aan te raden is voor de beginnende liefhebber.



3. Maandblad BVA april 2010  

Eerste ervaringen met Agapornis taranta.

25 jaar geleden heb ik ooit mijn eerste ervaringen opgedaan met roseicollis en personatas. Na een aantal jaren zonder vogels was ik weer gestart met amazones en bonte boeren, maar omwille van de geluidsoverlast ben ik snel terug overgestapt naar mijn oude liefde, de agaporniden. Snel viel mijn keuze op de Taranta, een vogel die omwille van zijn rustige aard en “kleine papegaaiestreken” vrij snel mijn hart had gestolen.

Agapornis taranta - www.hobbykweker.be

Na enkele maanden zoeken, waarbij ik in alle uithoeken van België ben geweest, ben ik er uiteindelijk in geslaagd om een achttal koppels samen te stellen, een aantal daarvan gekocht bij collega BVA leden en een aantal via het ruilen van de amazones en bonte boeren.

De groep bestond uit bijna allemaal jonge vogels van 2008, één pop van 2006, en twee mannen van 2007. Bij het samenstellen van de koppels heb ik waar mogelijk een jongere met een oudere vogel samengezet waardoor ik dacht op die manier twee kweekrijpe koppels te bezitten , maar met de rest zou ik nog wat geduld moeten hebben.

Alle koppels zaten samen per kweekkooi met broedblok , zowel de jonge als de oude omdat de taranta’s ook ’s nachts in het blok slapen, wat met de koude winter van 2008/2009 geen overbodige luxe was.
Begin januari begonnen een aantal vogels heel actief te worden waarbij het typische “sjirp” geluid van de taranta’ s niet uit lucht was en een aantal poppen met trillende vleugels op de stokken heen een weer paradeerden. Op vijf januari kwam een eerste koppel met eieren, het waren jonge vogels van begin januari 2008, dus net één jaar oud. Vier eieren werden om de dag gelegd en er werd voorbeeldig gebroed, ondanks de jonge leeftijd. Tijdens het schouwen bleek dat 3 van de eieren bevrucht waren, wat toch enige hoop gaf.
Het broeden van de taranta duurt wel wat langer dan bij de meeste andere agaporniden en na 30 dagen broeden kwamen de eerste twee jongen uit, vier dagen later het derde. Spijtig genoeg bleek de pop nog niet echt goed te weten wat ze diende aan te vangen met die donzige bolletjes en werden de diertjes niet gevoerd zodat ze spijtig genoeg stierven. Teleurstelling was natuurlijk groot om deze eerste kweek met de taranta’s zo zien verloren te gaan. Na wat heen en weer gemail met collega kwekers, bleek dit echter een veel voorkomend probleem te zijn bij koppels die voor de eerste keer jongen hebben.

Een maand later , op 14 februari begon ook het tweede koppel aan een nestje, dit koppel had ik samengesteld uit de oudere vogels, de pop was van 2006 en de man van 2007. Vier eieren werden gelegd en ook hier ging het broeden perfect. Door de leeftijd van de pop had ik hoop dat het bij dit koppel misschien wel goed ging verlopen en inderdaad op 17 maart kwamen de eerste twee jongen samen uit, wat betekende dat de pop na het tweede ei was beginnen broeden. Met angst in het hart volgde ik de eerste dagen de vogeltjes van dichtbij op , maar telkens ik nestcontrole uitvoerde lagen ze heel rustig in de nestblok met volle kropjes. Het derde ei bleek onbevrucht, maar toen het vierde uitkwam waren de eerste jongen al enkele dagen oud en dit laatste jong heeft het niet gehaald.
Om vlot de jongen op te volgen had ik de vogels al vertrouwd gemaakt op voorhand met mogelijke nestcontrole. Bijna dagelijks kijk ik even in de broedblok zodat ze weten dat een nestcontrole niets is om bang voor te zijn. Vooraleer de bak open te schuiven klop ik wel even tegen het hout van de broedblok, zodat ze weten dat ik er aan kom.
Deze twee jongen werden verder perfect verzorgd en groeiden uit tot twee prachtige poppen.


Als voeding gaf ik de ouderkoppels dagelijks een agapornidenmengeling met zonnepitten , aangevuld met een grote soeplepel opfokvoer dat ik samenstel uit geweekte couscous gemengd met stukjes appel of wortel en orlux paté voor grote parkieten, waarbij de hoeveelheid opgedreven werd hoe groter de jongen werden. Om de twee dagen kregen ze ook nog een stukje trosgierst als afwisseling.


Eind februari werd ook het derde koppel, dat samengesteld was uit een pop van januari 2008 (dus 14 maanden oud) en een man van 2007, enorm actief en op 5 maart volgde het eerste ei, waarbij ook hier het totale legsel bestond uit 4 eieren. Hier waren alle vier de eieren bevrucht, maar omwille van de jonge leeftijd van de pop had ik geen al te hoge verwachtingen.
Op twee april kwam het eerste ei uit, gevolgd door het tweede op 4 april en het derde op 6 april. Het vierde jong was afgestorven in het ei. Hier bleek dat de pop dus onmiddellijk na het leggen van haar eerste ei was gestart met broeden, maar gelukkig was het leeftijdverschil geen probleem, de pop en man voeden voorbeeldig de jongen en ze groeiden als kool. Heeft het nu te maken met het feit dat er hier een oudere man bij zat die wel al wist hoe het moest of was de pop er gewoon klaar voor, het resultaat was drie prachtige jongen die uitgroeiden tot twee mannen en één pop.

Na het uitvliegen van de jongen plaats ik het ouderkoppel samen met hun kroost in een kleine volière, de taranta’s beginnen toch niet aan tweede ronde en op die manier kunnen de ouders terug op krachten komen en hebben de jongen de nodige ruimte om uit groeien en hun spieren te sterken tijdens het vliegen. Zo laat ik ze ongeveer 3 maanden samen en al die tijd slapen ouders en jongen ’s nachts samen in één groot broedblok. Begin september verhuizen de ouders terug naar hun kweekkooi en staan de jongen er verder alleen voor.

Nakweek taranta 2010 - www.hobbykweker.be

Nu (lees begin oktober) zitten de koppels opnieuw samen en beschik ik over 12 koppels in de verschillende kleurslagen (wildkleur, Dgroen, DDgroen, en misty ef), waarvan de meeste koppels nu 18 maand of ouder zijn en ik de hoop mag koesteren om wat meer koppels aan het kweken te krijgen.
Wie met taranta’s begint moet echter weten dat het geen roseicolli’s zijn en het kweken veel geduld vraagt, maar voor mij is dit het meer dan waard. Taranta’s behoren volgens mij tot de prachtigste onder de agaporniden. 

 


HomeAgaporniden/LovebirdsParakeets/Parrots/ForpusSiereenden/DucksLandschildpadden/TortoisesTT - ExhibtionFoto's/Pictures
Dieren vereisen constante aandacht en verzorging, weet waar je aan begint.